AMOR VINCIT OMNIA
Aan wie dit aanbelangt…
Ik moet dit schrijven. Ik moet proberen u te behoeden voor al het onheil dat uw deel zal zijn als u beslist dit in de wind te slaan. Het is uw recht, maar doe het niet! Ik smeek het u. Ik weet maar al te goed waarvan ik spreek…
…
Dit is mijn raad, hij kost u niets: mijd het Debonnebos en doe dat tot elke prijs! Ik ben er onlangs slinks door ingeslikt nadat ik er argeloos mijn fiets tegen een eik parkeerde. Het bleek de verkeerde.
Eindeloos heb ik er rondgedoold tussen bomen die door zichzelf het bos niet zagen. Door nevelslierten die des duivels onheil spelden.
‘Please don’t play Misty for me,’ prevelde ik tegen beter weten in en hoorde prompt uit een ver meer Errol Garners virtuoze deunen verdampen.
De nevel werd een muur van mist.
‘Ik weet het zeker: nooit kom ik hier nog weg’, dacht ik donkerder dan ik doorgaans denk.
In mijn laatste uur haalde ik mij mijn geliefde voor de geest, mijn koters en mijn makkers. Maten zonder mate. Het mocht niet baten. Het Debonnebos had mij in zijn vermaledijde greep.
Maar mijn missie in dit ondermaanse was nog niet vervuld. Ik moest en ik zou, dus ik was. Dacht ik toch.
Want plots ontwaarde ik aan de kim een gouden stip. Vraag me niet hoe ik het wist, ik kan alleen maar zeggen dat een zekerheid mij stellig overmande: wat ik zag, was de punt van een warme bundel licht die uit een sleutelgat ontsnapte, een vurig lonkgat dat me naar zich toe wou zuigen.
Ik liet het gebeuren en gaf me over als een kilo boerenboter aan de middagzon. (Een bevreemdende ervaring.)
Geklaard en onbevreesd baande ik me vervolgens een weg uit het oerwoud van mijn hersenspinsels, obstakels allerhande overwinnend.
Zo ben ik schielings in een waterval getrapt, heb ik een jaguar de stippen op het lijf gejaagd en heb ik beleefd doch kordaat een paringsdans met een berggorilla geweigerd.
En dan, plotser dan een zopscheet, spuugde het Debonnebos mij uit. Pal voor de deur van de boswachter. De plek waar ik wezen moest. Carlov Debonnovski had de bovenhand en ik was nog geeneens binnen.
‘Uw bomen in de straat zijn goed gegroeid,’ bracht ik verbouwereerd uit.
‘Ja, ze zijn alle drie toch al een halve meter hoog,’ pochte Carlov. Maar ik wist hoe hard hij loog.
En ik nam plaats aan zijn offertafel. Nog niet horizontaal centraal, maar bescheiden waar het hoort, aan gene zijde van het galgenbord.
En dan: een openbaring. Links boven hem verscheen Het Sein. Nog niet alles was verloren. Zou het? Zou ze echt?
U moet weten (vergeef me deze zijsprong): ze zegt Amor tegen me, mijn geliefde. Zo van: Amor, staan de vuilbakken buiten? Waarop ik prompt het huisvuil alfabetisch rangschik en ter collecte aanbied. Amor Vincent Omnia, denk ik dan soms gniffelend. Maar zou het kunnen dat ze – wetende welke berg ik die avond moest beklimmen – stiekem het penseel ter hand had genomen, haar fiets bij nachte tegen een eik had geparkeerd en zich ongemerkt een weg naar binnen had gebaand teneinde mij dan en daar een riem in de broek te steken?
Ik concludeerde dat het zou kunnen, haalde mijn moed weer uit mijn schoenen en staarde Carlov in de tronie: ‘It giet oan, Carlov.’
Hij had zijn Fries lang niet meer opgepoetst en keek me onbegrijpend aan.
‘Dat it oangiet!’, riep ik triomfantelijk, gesterkt door Het Sein.
‘It goat u geen zak oan,’ repliceerde hij nors maar toch al fluitend. Uiteraard al fluitend.
Bij het tafereel dat hierop volgde, zou James Watt zich gretig in de handen hebben gewreven. Een uur lang kwam er onaflatend stoom uit Carlovs oren.
Ik riep op tijd en stond ‘Tuut, tuut’ en maande omstaanders aan een meter achteruit te gaan. Tussen mijn eigen oren zat maar één weet: Amor vincit omnia. Amor wint altijd.
Maar zoals wel meer gebeurt… Carlov bleek daarvan niet op de hoogte en zei plots met hoge stoomstem: check, mate.
Helaas, een gedane zaak als deze nam ook toen geen keer.
Toch spoorde ik Carlov aan zich om te draaien en de waarheid op zijn muur te aanschouwen.
Het besef kwam snel. Hij had de waarheid geweld aangedaan en zette het op een zuipen.
Mij restte niets anders dan hem te troosten.
Ook dat zou ik wel weer overwinnen.